Amsterdam Cruise Port
Amsterdam Cruise Port een belangrijke stimulans voor de passagiersvaart, zoals belicht door executive vice-president Hans Dominicus tijdens de HGA-bijeenkomst van 11 september 2007
Het maritieme maandblad ‘De Blauwe Wimpel’
TEKST EN FOTO:
ALBERT BOES
In de afgelopen tien jaar is veel veranderd in de cruise-vaart. Dat geldt ook voor Amsterdam als bestemming voor cruiseschepen. Op 12 maart 1996 werd Amsterdam Cruise Port (ACP) gesticht als overkoepelend orgaan om de cruisevaartbelangen in het Noordzeekanaalgebied te behartigen. Dit heeft ertoe geleid dat internationaal Amsterdam samen met het Noordzeekanaalgebied een goede positie heeft verworven op het gebied van zee- en binnenvaartcruises en luxe cruiseferrydiensten.
De vorming van ACP hangt nauw samen met ideeën die omstreeks 1995 leefden in Amsterdam over de mogelijkheden, die de cruisevaart zou kunnen bieden voor het Noordzeekanaalgebied. Daarbij speelde de oude passagiersterminal aan de Oostelijke Handelskade een belangrijke rol. In het kader van de omvorming van het Oostelijke havengebied in Amsterdam tot een woonbestemming, stond die terminal op de nominatie om te verdwijnen. Herinneringen aan deze terminal bewaren zo’n 600 ‘Wimpel’-lezers, hun partners en genodigden, die daar op 25 maart 1996 arriveerden met de toen gloednieuwe 69.130 bt metende ‘Splendour of the Seas’. Een dag eerder waren ze vanuit Hamburg vertrokken met deze voor die tijd zeer grote cruiseliner , voorzien van een accommodatie voor ruim 2000 passagiers. Dit was het hoogtepunt van het 50-jarige jubileum van ‘De Blauwe Wimpel’! (1)
Het verdwijnen van de cruiseterminal langs de Oostelijke Handelskade zou zeker geleid hebben tot een vermindering van de aantrekkelijkheid van Amsterdam als cruisevaartbestemming. Passagiersschepen zouden daardoor alleen nog over een redelijke accommodatie kunnen beschikken om af te meren langs de Scandia-terminal in het westelijke havengebied, kilometers-ver vanaf het centrum in Amsterdam, of in IJmuiden waar toen nog slechts geïmproviseerde voorzieningen waren voor bezoekende kleinere passagiersschepen.
Omdat een flink aantal bedrijven en instellingen in het Noordzeekanaalgebied toen ook al belang hadden bij de cruisevaart, die internationaal aan het expanderen was, werd besloten al die belangen te bundelen in ACP. Onlangs ging Hans Dominicus, executive vice-president van ACP, tijdens een bijeenkomst van de Havensociëteit Groot Amsterdam in op de activiteiten, die sinds de oprichting zijn ontplooid. ACP werd gesticht door onder andere de ORAM (Ondernemersvereniging Regio Amserdam), de Kamer van Koophandel, het Gemeentelijk Havenbedrijf (nú Havens Amsterdam), Amports en VCK (Verenigde Cargadoorskantoren). ACP wordt nu in stand gehouden door een veertigtal donateurs/participanten.
De touroperator bepaalt!
“Cruiseschepen komen nooit ‘vanzelf’ naar een bepaalde haven toe”, stelt Hans Dominicus. “Er komt écht heel wat voor kijken, voordat een rederij of tour-operator, zoals bijvoorbeeld TUI of Thomson een bepaalde haven als bestemming voor cruiseschepen kiest. Het eerste wat we hebben gedaan is het precies in kaart te brengen hoe de beslissingslijnen in elkaar zitten in de cruise-sector en wat de overwegingen zijn om bepaalde havens in cruise-programma’s op te nemen. Belangrijke aspecten vormen daarbij uiteraard de faciliteiten om af te meren en de attractiviteit voor passagiers om hooguit een dag in die omgeving door te brengen. De bouw van de Passagiers Terminal Amsterdam (PTA) op de plek van de oude passagiersterminal langs de Oostelijke Handelskade en het opknappen van de looproute naar het centrum van Amsterdam was een heel belangrijke stap om Amsterdam als ‘cruiseport’ op de kaart te zetten. Verder speelt de samenwerking van de terminaloperator met gemeentelijke instanties, scheepsagenten, touroperators, busondernemingen en allerlei betrokkenen bij de organisatie van excursies voor grote aantallen passagiers tegelijk (!) een belangrijke rol om een aantrekkelijk programma aan te kunnen bieden. Daaraan zitten heel wat logistieke aspecten, wanneer twee grote cruiseschepen bijna gelijktijdig afmeren. Dan moeten zo’n 5000 passagiers met ongeveer 15.000 stuks bagage binnen een minimum aan tijd soepel worden verwerkt. Daarvoor zijn de horeca- , tourinformatie- en wachtvoorzieningen optimaal ingericht. Daarmee hangt ook samen dat de douanebehandeling, de bevoorrading van de schepen en de afvalafvoer probleemloos dienen te verlopen ”.
‘Alleen maar’ alles zo goed en soepel mogelijk ontvangen van grote hoeveelheden cruisepassagiers en hen een aantrekkelijk dagprogramma aanbieden, is niet voldoende. Dat moet ook aangeprezen worden. Daarvoor zijn binnen ACP twee projectgroepen gevormd, namelijk voor ‘business to consumers’ (om cruisepassagiers te interesseren een bezoek aan Amsterdam te brengen) en ‘business tot business’ om te proberen cruisevaartondernemingen naar Amsterdam te halen. Hans Dominicus stelt wat dat betreft: “Voorop staat om er voor te zorgen dat de ‘handel’ binnen komt en wanneer dat zo ver is; dan kijken we wel verder”. In de praktijk komen de activiteiten van ACP neer op:
- het (ver)delen van kennis ten behoeve van de participanten in de cruisevaartsector
- het onderhouden van een duidelijke ‘sales mission’
- deelname aan voor de cruisevaart belangrijke beurzen en het verzorgen van presentaties voor belangrijke ‘beslissers’ in de cruisesector
- het verzorgen van ‘direct mail’ (nieuwsbrieven)
- het onderhouden van de website met een optimale kwaliteit
- PR- en publiciteitsacties
Honderd miljoen euro per jaar
De activiteiten van ACP worden uitgevoerd door een relatief klein team. De ‘koers’ wordt bepaald door een bestuur dat is samengesteld uit de participanten. Deze zijn allen nauw betrokken bij de cruisesector en zij brengen ook hun eigen ervaringen in voor de uitvoering van ACP-projecten. Een belangrijk aspect daarbij is dat in feite de zee- en riviercruise-sector internationaal wordt gedomineerd door een 12-tal conglomeraties van ondernemingen. In toenemende mate spelen daarbij touroperators een belangrijke rol, omdat zij steeds vaker schepen, compleet met bemanningen inhuren. Deze touroperators stellen de cruiseprogramma’s samen en zorgen voor de marketing en de boekingen van de passagiers. Geschat wordt dat de inkomsten uit de cruisevaart in het Noordzeekanaalgebied nu zo rond 100 miljoen euro per jaar bedragen. Dit bedrag is voor omstreeks een derde deel afkomstig uit de zeecruisevaart, een derde deel uit riviercruises en het overige uit de luxe ferryvaart. Dat betreft in hoofdzaak de dagelijkse afvaarten van DFDS Seaways uit IJmuiden naar Newcastle vanaf de enige jaren geleden voltooide fraaie Felisonterminal met gerenoveerde afmeerfaciliteiten. In het afgelopen decennium ontwikkelde deze lijndienst zich zodanig dat het formaat van de beide schepen die de dagelijkse lijndienst nu onderhouden, ruim twee keer zo groot is dan waarmee deze dienst werd gestart. De groei van de verschillende cruisevaartsectoren in het Noordzeekanaalgebied blijkt ook uit de ontwikkelingen in 2006 ten opzichte van 2007:
2006: 2007:
aantal zeecruiseschepen in Amsterdam/passagiers 75/123.000 79/130.000
aantal zeecruiseschepen in IJmuiden/passagiers 16/ 12.500 21/ 16.500
aantal riviercruiseschepen in Amsterdam 912/115.357 981/123.949
Het grootste deel van de binnenvaartpassagiersschepen, die Amsterdam aandoen, is naast de vaart op de Rijn ook ontworpen om via het Main-Donaukanaal de Zwarte Zee te kunnen bereiken. Dit levert flink wat beperkingen van de afmetingen op. Tot de regelmatige bezoekers van Amsterdam met de maximale afmetingen voor deze vaart behoort de ‘Amadeus Princess’ die in 2006 door ‘De Hoop’ werd gebouwd voor de Oostenrijkse Lufner Reisen. Dit schip heeft een lengte van 110,00 meter, een breedte van 11,40 meter, een kruiplijn van 6,00 meter en een diepgang van gemiddeld 1,40 meter. Aan boord is een accommodatie voor maximaal 162 passagiers. Om een snelheid van 25 km/uur te kunnen onderhouden zijn twee 735 kW hoofdmotoren geïnstalleerd die elk een tegen elkaar in draaiende schroefinstallatie aandrijven. Verder zijn een 285 kW boegschroef, twee 245 kW generatoren en een 100 kW generator geïnstalleerd.
Een flink deel van de riviercruiseschepen bezoekt naast Amsterdam doorgaans ook een aantal andere havens in Noord Holland, zoals Hoorn, Enkhuizen en Zaandam. Zo zal bij de Zaanse Schans in 2008 een speciale steiger voor de grootste types binnenvaartcruiseschepen in gebruik worden genomen, waarbij geschat wordt dat daar jaarlijks omstreeks 250 schepen zullen afmeren.
Wat betreft cruisepassagiers spelen Noord-Amerikanen nog steeds de belangrijkste rol (zo’n 20 %). Daarop volgen; Italianen (19 %, wat vooral samenhangt met de cruiserederij Costa, die van Italiaanse origine is ), Engelsen (9 %) en Duitsers (5 %). Met zo’n 4 % blijkt dat Nederlanders nog niet erg ‘cruise-minded’ zijn, maar het percentage groeit volgens Hans Dominicus.
Tot de sterke punten voor Amsterdam als cruisebestemming behoort het feit dat op de schaal van aantrekkelijke Europese steden Amsterdam op de 5e plaats staat en belangrijke toeristische trekkers in de onmiddellijke nabijheid, zoals de bloembollenvelden en Marken/Volendam. Ook de bereikbaarheid voor buitenlanders is relatief goed met Schiphol in de nabijheid van de PTA, evenals het Amsterdamse Centraalstation. Daardoor beginnen en eindigen veel cruises in Amsterdam met bestemmingen naar de Noorse fjorden en de Baltische steden voor zeecruises en Rijn/Donau-bestemmingen voor binnenvaartcruises . Daarbij moet wel geconcurreerd worden met onder andere Zuid-Engelse havens, gezien de grote thuismarkt. Wat dat betreft blijkt nog steeds dat Rotterdam als cruisevaartbestemming aanzienlijk lager scoort dan Amsterdam, wat weerspiegeld wordt door het veel geringere aantal bezoekende cruiseschepen (‘calls’) per jaar. Overigens werkt ACP ook samen met het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam om deze haven voor de cruisevaart te promoten, waarbij de uitstekend uitgeruste cruiseterminal aan de Wilhelminakade een sterk punt is. Plannen om Scheveningen te ontwikkelen tot ‘cruiseport’ beschouwt Hans Dominicus niet als realistisch.
Toekomst
Wat betreft de toekomst van de cruisevaart in relatie met het Noordzeekanaalgebied verwacht Hans Dominicus dat het aantal passagiers per zeecruiseschip ook in de toekomst zal toenemen. Verder is er een duidelijke tendens merkbaar dat cruisepassagiers aan land meer uitgeven. Dit hangt samen met het feit dat de prijzen dalen van cruises, maar dat het excursie-aanbod in de havens steeds uitgebreider wordt. Daaraan valt voor cruise-operators meer te verdienen dan aan de cruises zélf. Daar ‘varen’ bijvoorbeeld diamantairs wel bij! Verder is er een tendens om korter durende cruises te organiseren. De nationaliteit van de cruisepassagiers blijkt ook aan verandering onderhevig te zijn. Met name het percentage Japanners stijgt vrij sterk.
Ook in binnenvaartcruise-sector zit nog steeds een flinke groei. Verder blijkt dat de ‘piek’, die nu nog in de cruisesector mei/juni ligt, wat meer over het jaar gespreid wordt. De gemiddelde leeftijd van cruisepassagiers blijft zowel in de zee-, als binnenvaartcruisevaart nog steeds hoger dan in de meeste andere vakantiesectoren, hoewel er wel een tendens merkbaar dat deze iets lager wordt. Merkbaar is trouwens dat de zeventigers en tachtigers, die nog steeds een zeer belangrijk segment vormen, in de cruisesector ‘mobieler’ worden. Zo was de gemiddelde leeftijd van de deelnemers aan de ‘Wimpelcruise-2006’ met de ‘Astor’ vanuit Nice naar verschillende havens langs Middellandse Zee en de Zwarte Zee: 75 jaar! Een lichte groei is merkbaar in de leeftijdscategorie daaronder tot omstreeks 40 jaar (zonder kinderen) hoewel er flinke verschillen zijn tussen touroperators/rederijen onderling. In de ‘jongeren’-sector blijkt wel een groeiende belangstelling voor vaartochten van omstreeks een week met voor de passagiersvaart omgebouwde voormalige binnenvaartvrachtschepen – zogenaamde motorchartervaarders met een lengte van zo’n 30 meter en een accommodatie voor meest rond de 30 passagiers. Daarvoor is al geruime tijd geleden een afmeeraccommodatie ingericht in het Oosterdok bij de zuidelijke ingang van de IJ-tunnel. Met deze schepen worden veelal weektochten gemaakt over de kleinere vaarwateren in West-Nederland, zoals de Vecht en de Hollandse IJssel. Deze groepen cruisepassagiers leggen vaak een deel van de tocht per fiets af, waarbij de schepen zijn uitgerust om de fietsen op het bovendek te stallen (2).
Ten opzichte van zeecruises, wordt bij riviercruises een hogere prioriteit gesteld aan de mogelijkheden om af te meren op loopafstand van toeristisch interessante plekken. Vandaar ook dat er bij riviercruise-operators een sterke voorkeur is om aan de zuidkant van het IJ af te meren nabij het centrum van Amsterdam.
De Passagiers Terminal Amsterdam (PTA) met daar afgemeerd: de in 2004 gebouwde 90.090 bt metende ‘Jewel of the Seas’ met een accommodatie voor 2500 passagiers en erachter: de in 1990 gebouwde 14.754 bt metende ‘Windsurf’ met een accommodatie voor ruim 300 passagiers
(1) ‘Wimpel-jubileum minicruise met de ‘Splendour of the Seas’ – DBW p. 198/199-1996
(2) ‘Motorchartervaart Nederland en Belangenvereniging Beroepszeilschippers gaan samen’ – DBW p. 16/18-1997 en ‘Passagiersvaart op de binnenwateren heeft sterk verschillende gezichten’ – DBW p. 454/456-2002
![[561x819, 91.3kB] : Bekijk FotoJeweloftheSeas1487b.jpg](http://fotoalbum.dds.nl/golly/hga/medium/FotoJeweloftheSeas1487b.jpg)
![[709x531, 49.9kB] : Bekijk fotoHoogtij1.jpg](http://fotoalbum.dds.nl/golly/hga/medium/fotoHoogtij1.jpg)
![[816x525, 91.7kB] : Bekijk FotoEdamBrouwer537a.jpg](http://fotoalbum.dds.nl/golly/hga/medium/FotoEdamBrouwer537a.jpg)
![[549x816, 97.4kB] : Bekijk FotoVooruit538a.jpg](http://fotoalbum.dds.nl/golly/hga/medium/FotoVooruit538a.jpg)